Bellen in de bioscoop
Woensdag was ik met Martine naar Beginners in LantarenVenster, de mooiste bioscoop van Rotterdam. Gewoon overdag – Hugo vermaakte (zich bij) mijn ouders.
De lichten dimmen al als de mobiele telefoon van de bejaarde vrouw naast ons overgaat. Mijn eerste reactie is checken of mijn iPhone wel op stil staat – ja. Tot haar eigen verbazing neemt de vrouw op, om snel een einde aan het gesprek te kunnen maken. Dat mislukt.
‘Ik zit in de bioscoop, dus ik kan niet bellen.’
De vrouw aan de andere kant heeft er geen boodschap aan. In een stille bioscoop hoor je veel, maar het wordt niet samenhangend. Bovendien beginnen de reclames.
‘Ja, ik sta … plein … Het was heel druk … maar één kassa open …’
De andere kant heeft het duidelijk niet naar haar zin. De vrouw naast ons ook steeds minder. Een beetje verwilderd kijkt ze om zich heen. Geneert zich duidelijk. Mijn irritatie – neem dan gewoon niet op! – slaat al snel om in interesse. Die reclames kunnen toch niet boeien en zijn nu juist hinderlijk, omdat ik de andere kant nu helemaal niet meer kan horen. Hoe gaat de vrouw het gesprek beëindigen?
‘Eh … eh … eh …’
Elke poging de monoloog van de andere kant te onderbreken is tot mislukken gedoemd. De vrouw geeft het op en wordt stil. De andere kant nog steeds niet. Berustend staart de vrouw voor zich uit.
Dan toch, bij de eerste onderbreking in de rant van de andere kant grijpt ze haar kans.
‘De film gaat beginnen. Ik moet ophangen.’
Ze wacht niet op een antwoord en drukt weg. Met een mengeling van trots en opluchting zet ze haar telefoon uit en stopt ‘m weg. Terwijl de film gaat beginnen, mompelt ze.
‘Ik moet ook gewoon niet opnemen…’